HuurrechtExpert

Wanbebeer door budgethouder van huurder

Publicatiedatum: 23-05-2016 | Trefwoorden: budgetbeheer, wanbeheer


Vraag:
Drie weken geleden ben ik door mijn verhuurder uit mijn woning gezet. Sindsdien logeer ik op verschillende adressen, waaronder een sociaal pension. Mijn budgetbeheerder had – herhaaldelijk zelfs – de huur niet tijdig betaald! Vervolgens liet de verhuurder een vier maanden geleden door hem verkregen vonnis (ontbinding en ontruiming) alsnog uitvoeren.
Ik doe m’n best om een andere woning te vinden, wat niet ‘zo maar’ lukt. Bovendien zijn daarmee allerlei kosten gemoeid. Ik lijd ook andere schade, zoals verhuiskosten en proceskosten. En ik ben m’n afgevoerde inboedel kwijt! Kan ik deze schade verhalen op mijn budgetbeheerder?

Antwoord:
Ja, afgaande op uw verhaal, kunt u uw budgetbeheerder aansprakelijk stellen. Het kost u al geruime tijd moeite om rond te komen, begrijp ik. U bent afhankelijk van een bescheiden uitkering. Om u te helpen heeft de gemeente u, een half jaar geleden, een budgetbeheerder toegewezen. Die beheert uw financiën, samen met u, althans … dat was de opzet.
Voordien betaalde u de huur onregelmatig. Daarom vorderde en kreeg de verhuurder een vonnis tot ontbinding van de huur en ontruiming van de woning. Dat vonnis is aan u betekend, maar werd voorlopig nog niet uitgevoerd. Want uw budgetbeheerder kwam op de valreep een betalingsregeling met de deurwaarder overeen. Onderdeel daarvan was de voorwaarde dat de huur voortaan stipt vóór of op de eerste van een maand zou worden voldaan. Uw budgetbeheerder zou daarvoor zorgen. Hij ontving al uw inkomsten en zou die gebruiken om vrijwillige regelingen met schuldeisers af te wikkelen, om lopende vaste lasten te voldoen, om incidentele rekeningen te betalen én om u te voorzien van leefgeld.
Toch ging het mis, door nalatigheid van uw budgetbeheerder! Die schoot dus tekort. Daarom is hij aansprakelijk voor uw schade. Ik raad u aan uw schade nauwkeurig te ramen en te onderbouwen met bewijs. Vervolgens kunt u met uw budgetbeheerder overleggen. Komt u er samen niet uit, dan zal de rechter eraan te pas moeten komen.

Voorbeeld: recente uitspraak
Op 26 januari 2016 besliste het Gerechtshof Amsterdam een vergelijkbare kwestie.

In Amsterdam had de budgetbeheerder op 26 september 2011 de uitkering van de huurder (€ 877,70) ontvangen. Op 3 oktober 2011 – de huur voor oktober was toen nog niet betaald! – vroeg de huurder het saldo van zijn tegoed (€ 1.100) aan hem over te maken. De budgetbeheerder deed dat. De huur bleef echter onbetaald. Ook in oktober en november 2011 ontving de budgetbeheerder de uitkering namens de huurder.

Op 25 november 2011 verzocht huurder wederom het saldo aan hem over te maken, zodat hij de deurwaarder van de verhuurder kon betalen om ontruiming te voorkomen. Aan dit verzoek gaf de budgetbeheerder geen gevolg. Op 28 november 2011 ging verhuurder tot ontruiming van de woning over, op basis van een eerder verkregen en toen wel betekend vonnis.
Kortom: na miscommunicatie en wanbeheer stond de huurder op straat …

Vordering
De huurder vorderde bij de kantonrechter een verklaring voor recht dat de budgetbeheerder jegens hem tekort was geschoten in het nakomen van het budgetbeheer. Voorts vorderde hij de budgetbeheerder aansprakelijk te stellen voor alle gevolgschade, vermeerderd met de wettelijke rente, nader op te maken bij staat.
De budgetbeheerder verweerde zich primair door te stellen dat er helemaal geen sprake was van een overeenkomst van opdracht, omdat dit budgetbeheer op een vrijwillige keuze berustte! Daarmee maakte de rechter korte metten. De budgetbeheerder had zich immers verbonden tot het uitvoeren van werkzaamheden voor de huurder - het beheren van financiën. Hij ontving daarvoor een vergoeding.

De budgetbeheerder had gefaald: verhuurder had immers afgezien van tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis, mits de huur steeds voor de eerste van de maand zou worden betaald. Daarvoor had de budgetbeheerder moeten zorgen. De kantonrechter zag een oorzakelijk verband tussen het tekortschieten van de budgetbeheerder en de schade van de gewezen huurder.
Hij begrootte die schade met toepassing van artikel 6:105 lid 1 BW: “De begroting van nog niet ingetreden schade kan door de rechter geheel of gedeeltelijk worden uitgesteld of na afweging van goede en kwade kansen bij voorbaat geschieden. In het laatste geval kan de rechter de schuldenaar veroordelen, hetzij tot betaling van een bedrag ineens, hetzij tot betaling van periodiek uit te keren bedragen, al of niet met verplichting tot zekerheidstelling; deze veroordeling kan geschieden onder door de rechter te stellen voorwaarden.”

De kantonrechter vonniste pardoes dat de schade € 5.000 bedroeg, destijds het standaardbedrag dat woningcorporaties betaalden als tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten bij verhuizingen in stadsvernieuwingszaken.

Hoger beroep
In hoger beroep griefde de gewezen huurder dat hij niet eens de kans had gekregen om te bewijzen dat zijn schade veel groter was! Dat was een sterk punt. Want in zo’n schadezaak dient de rechter een verrassingsbeslissing te voorkomen. Hij moet partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over zijn voornemen om de schade zelf te begroten.
De huurder vorderde nu een verklaring voor recht dat de budgetbeheerder aansprakelijk is voor alle schade die het gevolg is van diens wanprestatie, nader op te maken bij staat, evenals een voorschot op de schade van € 8.000 aan vergoeding van verloren geraakte inboedel, € 5.000 aan toekomstige verhuiskosten en € 823,80 aan kosten van de ontruiming.

De budgetbeheerder verweerde zich met een deurwaardersverklaring, samengevat: de in de woning aangetroffen inboedel had geen enkele waarde. Huurder betwistte niet dat zijn inboedel na de ontruiming niet was opslagen, zoals gebruikelijk is wanneer bij een ontruiming goederen van enige waarde worden aangetroffen.
Het hof zag geen grond om de inboedelschade van € 8.000 toe te wijzen of om die schade door een deskundige te laten begroten. De toewijzing van € 5.000 voor verhuis- en herinrichtingskosten was in hoger beroep geen onderwerp van betwisting. En het door huurder gevorderde bedrag van € 823,80 aan kosten ontruiming was door hem voldoende onderbouwd. De budgetbeheerder voerde geen gemotiveerd verweer tegen toewijzing van deze schadepost.

Het hof achtte aannemelijk dat de huurder schade had geleden doordat hij een sociale huurwoning kwijt raakte en daarvoor op korte termijn niet meer in aanmerking zou komen. Zo belandde de huurder in de daklozenopvang. Hierin zag het hof voldoende reden voor toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht en voor verwijzing naar een schadestaatprocedure.
Eindconclusie was dat het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigde en verklaarde dat de budgetbeheerder tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst van budgetbeheer en dat de budgetbeheerder aansprakelijk is voor alle schade die daarvan het gevolg is, nader op te maken bij staat.

Het hof veroordeelde de budgetbeheerder - uitvoerbaar bij voorraad - tot een voorschot op die schade van € 5.000 aan verhuis- en herinrichtingskosten en € 832,80 aan ontruimingskosten.
De budgetbeheerder werd eveneens veroordeeld tot het aan huurder betalen van: € 363 buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten in eerste aanleg € 765,17 en in hoger beroep € 391,82 aan verschotten, € 1.896 voor salaris en € 131 voor nasa-laris, te vermeerderen met € 68 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest zou plaatsvinden.